Intervaltrainingen werpen alleen vruchten af als ze goed gedoseerd in het trainingsprogramma worden opgenomen. Herstel De Variabele Interval Tempo (VIT)-training |
| 1. Jog rustig drie kilometer als warming-up. 2. Loop 400 meter in marathontempo (als u nooit een marathon heeft gelopen, vermenigvuldig dan uw 10-kilometertijd met 4,6). 3. Rust niet uit na deze 400 meter, maar loop wederom een 400 meter in het tempo van uw huidige 5 kilometer. 4. Wissel deze tempo's steeds met elkaar af, zonder rust te nemen, totdat u in totaal zes keer 400 meter heeft gelopen. 5. Herstel met een dribbelpauze van vier minuten. 6. Herhaal de sessie van zes keer 400 meter nog een keer. 7. Loop drie kilometer uit in dribbeltempo. Atleten die meer dan zeventig kilometer per week afleggen, kunnen een derde sessie proberen. Doel: deze sessie verhoogt het maximale zuurstofopnamevermogen (VO2-max) en verbetert het uithoudingsvermogen, waarbij u het wedstrijdtempo leert beheersen. |
1. Jog drie kilometer als warming-up. 2. Loop 400 meter in een tempo dat twee tot drie seconden boven uw 5-kilometertempo ligt, gevolgd door 400 meter dribbelen. 3. Doe daarna een 300 meter in uw 1500-metertempo en herstel tijdens een rustige 300 meter. 4. Herhaal een vergelijkbare sessie over 200 meter in een iets hoger tempo. 5. Loop 100 meter bijna op topsnelheid, gevolgd door 100 meter dribbelen. 6. Herhaal deze serie van tweemaal 400, 300, 200 en 100 meter nog twee keer, zonder daarbij rust te nemen. 7. Na drie series volgt een herstelpauze van vijf minuten dribbelen; herhaal de reeks, maar dan twee keer. 8. Uitlopen: drie kilometer rustig joggen. Doel: je leert onder vermoeidheid een hoog tempo te lopen. Hiermee ontwikkelt u dezelfde verwoestende versnelling, die Olga Bondarenko gebruikte bij haar Olympische overwinning op de 10.000 meter in 1988. |
| 1. Warming-up: drie kilometer joggen. 2. Leg drie maal 300 meter af, waarbij je bijna tot het uiterste gaat, met na elke 300 meter een dribbelpauze van 100 meter. 3. Loop een 400 meter, zes seconden sneller dan uw huidige 5-kilometertempo, gevolgd door 400 meter joggen of wandelen. 4. Herhaal de 3 x 300 en 1 x 400 sessie. 5. Loop drie kilometer uit. Lopers die per week tot minstens veertig kilometer komen, kunnen de sessie drie keer doen. Atleten die meer dan 55 kilometer per week trainen, kunnen ’De Lactaat Loop’ vier keer afwerken. Doel: vergroting van de anaërobe capaciteit (trainen met zuurstofschuld) en verbetering van uw 5-kilometertijd. |
| 1. Ga naar een voetbalveld, trek uw schoenen uit en loop als warming-up twee à drie kilometer op uw blote voeten! 2. Sprint twaalf keer maximaal 100 meter (of de lengte van een voetbalveld) en neem niet meer dan vijf tot tien seconden rust tussen de sprints. Probeer sneller te lopen dan uw tempo op de 5 kilometer. 3. Jog drie kilometer als cooling-down. Verhoog in een paar weken tijd het aantal van twaalf naar dertig sprints. Doel: de voeten en enkels worden sterker, de VO2-max wordt verhoogd en de eindsprint verbeterd. Dit was de favoriete training van Ron Clarke, de Australiër die maar liefst zeventien wereldrecords vestigde. |
| 1. Drie kilometer warming-up in een rustig tempo. 2. Leg 1600 meter af in een tempo van uw beste 10-kilometertijd, gevolgd door twee minuten dribbelen of wandelen. 3. Loop nogmaals 1600 meter, maar dan zes seconden sneller, gevolgd door dezelfde pauze van twee minuten. 4. Leg voor de derde maal 1600 meter af en voer het tempo op door nog eens zes seconden (dus twaalf seconden sneller dan het 10-kilometertempo) sneller te lopen. 5. Uitlopen: drie kilometer joggen. Atleten die meer dan zestig kilometer per week lopen, kunnen nog een vierde sessie doen, waarbij het tempo vijftien seconden sneller is dan hun 10-kilometertempo. Doel: deze training heeft een enorm effect op de conditie. Het verbetert zowel de VO2-max als de anaërobe drempel (het moment waarop u hevig begint te verzuren), hetgeen direct in wedstrijden te merken zal zijn. |
| 1. Jog rustig drie kilometer. 2. Loop 800 meter in uw huidige 10-kilometertempo en dribbel daarna twee minuten als pauze. 3. Loop 400 meter in uw 5-kilometertempo, gevolgd door een dribbelpauze van een minuut. 4. Leg wederom 400 meter af, maar verhoog het tempo met drie seconden. 5. Neem geen rust en loop weer een 800 meter, maar dan in het 5-kilometertempo. 6. Doe een dribbelpauze van vier minuten en herhaal de serie van 800-400-400-800 meter. |
| 1. Loop in twee à drie kilometer (als warming-up) naar uw favoriete trainingsroute. 2. Loop afwisselend twee minuten hard, iets langzamer dan het 10-kilometertempo, en één minuut in dribbeltempo. 3. Verhoog in de loop van de training het tempo van de 2-minutenloopjes, totdat dit sneller is dan het 5-kilometertempo. 4. Loop in totaal 36 minuten (twaalf series van twee minuten). 5. Uitlopen: drie kilometer joggen. Doel: u loopt met meer gemak een 5- en 10-kilometerwedstrijd. |
| Yasso 800-tjes zijn een bedenksel van Bart Yasso, redacteur van Runner's World, die meer dan 50 marathons en ultramarathons heeft gelopen. Door de eenvoud van de training is dit een beproefd middel geworden om zicht te krijgen op hoe het er voorstaat met je marathontraining. In wezen komt de Yasso-aanpak erop neer dat je traint tot je in staat bent 10 800-meter herhalingen te doen in de tijd die je van plan bent voor de marathon, waarbij dan de uren minuten worden en de minuten seconden. Als je dus in staat bent 10 x 800 te lopen in 2:59, dan kun je de marathon in principe net onder de 3 uur lopen (dus André weet wat hem te doen staat). Het herstel tussen de 800-tjes is gelijk aan je 800-metertijd. Yasso pleit ervoor deze test voor te bereiden door al vroegtijdig te beginnen met bijvoorbeeld 6 800-tjes in het beoogde tempo en dat langzaam uit te breiden naar 10 herhalingen. Overigens is Yasso van mening dat dit voor iedere atleet een zinvolle training kan zijn. Hij noemt deze trainingen "strong but controlled" en dat klopt wel. Hij gaat dan overigens uit van 6 tot 8 herhalingen met bovengenoemd herstel. Ik heb gerekend en ik schat dat het tempo op ongeveer 105% van je omslagpuntsnelheid ligt of, als dat makkelijker rekent,: iets harder dan het tempo van je beoogde 10k-tijd.
|